Volgens een bron binnen defensie is de Belgische marinecomponent alles in gereedheid aan het brengen om de Belgische mijnenjager ‘Aster’ te verkopen aan Pakistan. De verkoop ligt echter gevoelig om verscheidene redenen, en uit vrees voor de publieke opinie werd de potentiële verkoop onder de radar gehouden. Het schip ligt momenteel nog in Zeebrugge en zal grondige restauratiewerken vergen om klaar te geraken voor verkoop. Het ministerie van Defensie bevestigt ons dat de mijnenjager te koop is, maar zegt geen verdere informatie te kunnen geven zolang het schip niet verkocht is.

Een militaire verkoop aan een land als Pakistan ligt gevoelig, vooral in de context van de terreurdreiging, ook in eigen land. Het Pakistaanse leger, en dan vooral zijn inlichtingendienst, wordt vaak beschuldigd van het steunen van groeperingen zoals de Taliban en zelfs Al Qaida. Het leveren van militair materiaal aan een leger dat dergelijke banden onderhoudt, kan nogal controversieel geacht worden terwijl op hetzelfde moment onze eigen militairen in de straten patrouilleren om terreuraanslagen te voorkomen.

Het schip zelf is een mijnenjager en is dus niet bedoeld om offensief in te zetten. Daarnaast bezit Pakistan reeds drie schepen van dezelfde ‘Tripartite-klasse’. Die klasse schepen werd oorspronkelijk gebouwd in Frankrijk voor de Franse, Belgische en Nederlandse zeemachten. Het eerste schip werd te water gelaten in 1981, de Aster zelf in 1985. De Belgische marine telt een hele vloot mijnenjagers in deze klasse: de Narcis, de Lobelia, de Bellis, de Primula, de Crocus en de Aster.

Verkoop voor reserveonderdelen?

Pakistan kocht een eerste tweedehands ‘Tripartite klasse’ mijnenjager in 1992, van Frankrijk.  Daarna werden nog twee andere schepen van dezelfde klasse besteld en gebouwd voor de Pakistaanse marine, het laatste daarvan in 1998. De ‘Aster’ zou dus het vierde schip van de klasse worden in Pakistan, al wordt door sommigen verondersteld dat het schip wel eens voor reserveonderdelen zou kunnen dienen in plaats van operationeel ingezet te worden.

Dit brengt een interessant vraagstuk naar boven omtrent de economische logica achter de verkoop. De ‘Aster’ werd namelijk door de Belgische marine zelf reeds volledig geplunderd voor reserveonderdelen. Elk kritiek systeem op het schip werd gekannibaliseerd om de andere mijnenjagers in de marine varende te houden. Volgens onze bron gebeurde dit op een slordige manier, waardoor simpele vervanging van deze onderdelen omslachtig wordt.

Investering voor verkoop

Om de ‘Aster’ te kunnen verkopen aan Pakistan zal deze dus eerst volledig gerestaureerd moeten worden. Dat wil zeggen dat er nieuwe onderdelen zullen moeten aangekocht worden om in het schip te installeren of om in andere Belgische mijnenjagers te installeren (en dan hun oudere onderdelen in de ‘Aster’ onder te brengen). Indien de bedoeling van Pakistan inderdaad is om het schip te gebruiken voor reserveonderdelen, kan men zich hierbij de vraag stellen of er uiteindelijk wel winst kan behaald worden op een volledige restauratie van de ‘Aster’ om die dan door te verkopen. Het is onduidelijk of Pakistan zelf momenteel op de hoogte is van de staat waarin de ‘Aster’ zich bevindt.

Gezien de zware investeringen die de marinecomponent wil maken in de aankoop van nieuwe mijnenjagers en fregatten, zal de verkoop van oud materieel zoals de ‘Aster’ een belangrijke extra inkomst zijn. Dat geldt natuurlijk enkel indien de verkoop inderdaad ook echt kan doorgaan. Woordvoerster Laurence Mortier van Defensieminister Steven Vandeput (N-VA) bevestigt dat het schip ‘Aster’ wel degelijk te koop staat, maar stelt dat er geen verdere informatie kan verschaft worden zolang het niet verkocht is. De ambassade van Pakistan werd gecontacteerd, maar gaf nog geen antwoord.

Afbeelding: budgettrajectie tot 2030.
Afbeelding: budgettrajectie tot 2030.

ADVERTENTIE